Ik ben borsten: Maan maakt zich boos.
Als vrouw met grote borsten heb je de laatste tijd heel wat uit te leggen, als je de kranten mag geloven. Een Frans bedrijf voor borstimplantaten blijkt jarenlang lekkende nepborsten geleverd te hebben. Hema heeft een jongen gestrikt om een push-upbeha aan te prijzen. Deze op zichzelf staande voorvallen worden door menig krantenschrijver aangegrepen om eens flink te fulmineren tegen forse borsten.
Als voorlopig dieptepunt is daar het redactioneel commentaar van het NRC van 6 januari. Onder de kop 'Grote boezem als handelswaar' verfoeit het NRC de trend van de grote borsten en haar uitwassen, zoals de problemen met de Franse implantaten.
Het probleem met dit artikel is echter dat de woordkeus het thema compleet lijkt te ondermijnen. Laten we eens een clustertje zinnen nader beschouwen. Het NRC beweert onder meer: ‘Gewone borsten zijn niet goed genoeg, kleine borsten zijn een ramp. Althans, dat is al de trend. (…) Inmiddels is een D-cup het minste, denken vrouwen – geïntimideerd door het gilde van misogyne mannetjesputters (m/v) dat in de wereld van show, glamour, roddel en glossy’s de dienst uitmaakt.’ Het probleem met dit fragment is dat het indirect precies het standpunt van de ‘misogyne mannetjesputters’ bevestigt. Door te spreken van normale borsten en kleine borsten bevestigt het NRC dat er zoiets bestaat als een normale borst. Die normale borst is volgens de krant dus kleiner dan een D-cup, want de D-cup behoort kennelijk al tot het domein van de misogyne mannetjesputters.
Dat er vrouwen zijn die van zichzelf al een D-cup hebben of – 'nee, kan dat echt?!' – een J-cup, ontgaat de NRC-redactie volkomen. Ook lijkt de kwaliteitskrant voorbij te gaan aan de belangrijkste motivatie van mensen om een cosmetische operatie te ondergaan. Het is genoegzaam bekend dat normaal zijn en niet in negatieve zin opvallen voor meisjes/vrouwen de belangrijkste redenen zijn om onder het mes te gaan. Het NRC onderschrijft in dit commentaar dat er zoiets bestaat als een normale borstpartij, en daarmee stelt het meteen de norm waaraan de mensen die een borstoperatie overwegen, moeten voldoen.
Dan is er nog een andere belangrijke kwestie die helaas over het hoofd gezien wordt in zowel het redactioneel commentaar van het NRC als het door Loes Reijmer over push-upbeha's geschreven artikel 'Niet zoo maar zOO' in de Volkskrant van 4 januari. Geen van de schrijvers lijkt zich ook maar enigszins te hebben verdiept in de logica achter borstmaten. De grootte van de cup staat in een directe relatie tot de omvang van de borstkas. Zo is een 65DD even groot als een 70D, die weer even groot is als een 75C, een 80B en een 85A. Een kwalificatie/kwantificatie van een borst op basis van de cupmaat alleen is dus niets waard.
Het meest kwalijke aan beide artikelen vind ik echter dat ze niet in staat blijken te zijn om een waardevolle bijdrage te leveren aan het discours van de schoonheidsnormen in onze samenleving. Door te stellen dat normale vrouwen normale borsten of kleine borsten (whatever these may be) hebben, en dat grote borsten ofwel handelswaar (het NRC) ofwel reden tot hilariteit (De Volkskrant) betekenen, bezegelen beide kranten juist de bestaande schoonheidsnormen. Een waardevolle bijdrage aan de discussie zou de logica analyseren die voorschrijft wat een normale borst is. Ze zou kritisch stilstaan bij het feit dat zowel een AA-cup als een G-cup met een proportionele borstomvang als abnormaal gezien worden. Ze zou door op juiste wijze te spreken over de correlatie tussen cupmaat en omvang kunnen aantonen hoe absurd onze obsessie met cupmaten is. En ze zou minder happig zijn om vrouwen met grote borsten te ridiculiseren, of ze nou van een push-upbeha, een Frans implantaat of van moeder Natuur zijn…

het is ook nooit goed: een oude advertentie gevonden op www.retronaut.co
2012-01-11 / Maanziek

reageer