Uit het hoofdstuk 'Ik ben fan'
De meeste mensen zijn fan van een voetbalclub[1], van ontspoorde popidolen, zich omhoog neukende starlets en tweetende celebs[2]. Een beetje meer cachet heeft het al als je fan van een schrijver bent: Happinez-habitués aanbidden goeroe Paolo Coelho, Libelle-lezeressen raken in vervoering van de profeet Kader Abdolah[3], en Cosmopolitan-abonnees zijn bereid de kaas van Kluuns eikel te likken. Fan zijn krijgt echter pas aristocratische allure als je een vurige bewonderaar bent van een cultauteur. Wanneer die cultauteur ook nog eens razend moeilijke boeken schrijft kun je met recht zeggen: now we’re talking! Ja, dan wordt bewonderen werkelijk mindblowing en een hogere ‘vorm van troetelparanoia’[4].
Ik heb het over de godgelijke Amerikaanse schrijver David Foster Wallace (1962-2008), die de wereld vooral verblufte met zijn roman Infinite Jest, die zo radicaal geniaal en duizelingwekkend complex is dat tot nu toe geen enkele vertaler het gewaagd heeft dit boek in het Nederlands om te zetten.

[1] Zoals mijn brontosaurus-buurman, die om evident masochistische redenen Feyenoord-fan is.
[2] Zoals de tijgerbloed drinkende en trollen ontwarende Charlie Sheen dat begin 2011 was.
[3] Volgens Ian produceert deze knuffelallochtoon ‘steunzolenproza’.
[4] David Foster Wallace gebruikt deze formulering i.v.m. een luxecruise die hij maakte in het kader van een journalistieke opdracht.
2011-10-15 / Maanlanding

reageer