Uit het hoofdstuk ‘Ik ben borsten’: de slechtste opmerkingen en grappen
‘Zoals jullie, lieve lezertjes, vast al gemerkt hebben, zijn mijn borsten buitengewoon woordspelig. Jazeker, op metaforisch terrein doen ze de ene na de andere ontboezeming. Daardoor lenen ze zich ook voor menige flauwe woordgrap, hoerig als ze zijn. Vooral mijn grumpy old man blinkt uit in (veelal melige) beeldspraak wanneer mijn tieten ter sprake komen. Als schrijver én als medelid van de Sekte der Onbezoedelde Smeerpijpen meent hij daar het volste recht toe te hebben. Haast elke dag plakt hij weer een ander etiket op mijn arme meisjes: erkertorens, kasteelromans, zeppelins, botsautootjes, droefsnoeten, mankementjes, exorbitantjes, Sachertorten, prefrontale hartkwabben, melkzwammen, postillons d’amour, luchtpostpakketten, molotovcocktails, Canossa’s, Ferrari’s, Gorgonen, Schopenhauers, enzovoorts.
Minder leuk wordt het als de fantasie van laagschedelige en hooghartige mannen op mijn borsten wordt losgelaten. Zo meende laatst een vader op een scholenbeurs tegen mij te moeten zeggen: ‘Begrijp me niet verkeerd, maar jij zou het heel goed doen in een bierreclame.’ De gedachte dat zijn puisterige zoontje (wiens slijmerige blik aan mijn halsuitsnijding bleef plakken) zou worden aangenomen op de Excellentia Academy maakte me op slag kotsmisselijk. Minstens zo stuitend en arm aan verbeelding was de opmerking van een decaan die dacht spitsvondig uit de hoek te komen toen hij mij toevoegde dat ik vast in aanmerking kwam voor hypotheekaftrek met zulke ‘ontroerende goederen’. Waarop ik antwoordde dat hij zonder meer recht had op lastenverlichting vanwege zijn ontzaglijke waterhoofd. Ja, die bolle fenomenen tussen mijn oksels houden me scherp.’

2012-01-04 / Maanlanding

reageer