Ik ben Maan en haar creepy fans
Op maandagochtend op de fiets naar mijn werk (niet mijn beste moment) komt een man naast me fietsen. Hij oogt keurig: strak in het pak, antracietkleurige wollen jas, op zijn stuur een kinderzitje met daarin een beschaafde aktetas. Met een doordringende blik kijkt hij me aan en zegt: Jij bent Maan, toch? Ja, beaam ik. Hij kijkt me nog eens aan en zegt: ‘Niets aan mij is normaal, mijn cupmaat niet, mijn mussoliniaanse kaaklijn niet, mijn oriëntaalse ogen niet, mijn waanzinnig onregelmatige stoelgang niet, mijn fantasieën niet, mijn angsten niet, zelfs mijn neus niet, want elke standaard zonnebril steunt op mijn wangen in plaats van op mijn neusbrug.’
Aldus sprak de man. Geen woord van gelogen. Wat zeg ik: elk woord, alle woorden griezelig kloppend. Zoals ik ze ooit schaterend neergepend heb, en ze nu, via vele omwegen weer uit de mond van een misschien toch niet zo eerzame vader tevoorschijn kwamen gekropen. Jazeker, deze meneer met kantoorbaan & kroost had ergens & ooit de tijd gevonden om de flaptekst van mijn roman uit zijn hoofd te leren! Flatterend, o ja, maar ook buitengewoon... vreemd. En een beetje eng.

Black Bunny van Matthu Placek, HIER gevonden
2013-02-11 / Maandag

reageer