Gastoptreden: Martijn Knol over David Foster Wallace
Enige tijd geleden kon je hier het gedicht Sandrabra van Alexis de Roode lezen bij het hoofdstuk ‘Ik ben borsten’. Sindsdien heb ik ook een aantal andere schrijvers en dichters gevraagd te reageren op een hoofdstuk uit Ik ben Maan. In de komende weken kun je onder meer nog een gedicht van Sasja Janssen verwachten bij het konijn uit het hoofdstuk ‘Ik ben een kwart eeuw’, alsmede een tekst van Hans Münstermann bij het hoofdstuk ‘Ik ben gerontofiel’.
Ik ken Martijn Knol van het geweldige Alles kan kapot, zijn laatste roman die heel toevallig uitgegeven is bij dezelfde uitgeverij die mijn boek zal publiceren. In Alles kan kapot zit een hoofdstuk waaruit ik dacht op te maken dat Martijn, net als Maan in Ik ben Maan, fan is van de Amerikaanse wonderboy en auteur David Foster Wallace (God hebbe zijn geniale ziel). Toen ik hem hiernaar vroeg, bleek dat inderdaad het geval te zijn. Daarom hieronder een tekst die Martijn speciaal geschreven heeft bij het hoofdstuk ‘Ik ben fan’. Dit is wat Martijn er zelf over zegt: Bij het schrijven van het stukje heb ik net zo lang geschrapt tot er alleen een geraamte van een verhaaltje over is gebleven. Abstractie in de letteren. Het ultrakorte verhaaltje – getiteld ‘Ik kan niet meer’ - gaat over DFW en zijn vrouw, over DFW en Jonathan Franzen, over DFW en DFW, over de lezer en DFW (dan zijn de rollen omgekeerd bedoel ik – lezers die hem niet bijhouden). Maar natuurlijk ook over ambitieuze schrijvers (zoals Maan en Martijn) en DFW en zeker ook over jouw personages en DFW en over ‘de mens’ en ‘het leven’.

2012-01-24 / Kleptomaan

reageer