Met zo’n fondsgenoot heb je geen vijand meer nodig: over schrijverssolidariteit.

Afgelopen maandag schreef ik de volgende zin: ‘En met fondsgenoten als Martijn Knol heb je geen vijanden meer nodig…’ Daarmee verwees ik naar de recensie die Martijn Knol op de website van De Reactor over Ik ben Maan schreef. In meer dan 2000 woorden legt Knol uit dat hij Ik ben Maan op z’n zachtst gezegd niet zo’n geslaagde roman vindt. Dat kan natuurlijk; een van de dingen waar je rekening mee moet houden als je een boek de wereld in werpt (zeker een boek als Ik ben Maan), is dat er altijd mensen zullen zijn wier smaak niet overeenkomt met de jouwe. Toch zit deze recensie mij veel meer dwars dan die stomme anderhalve ster in Vrij Nederland.

 

Om mijn frustratie te begrijpen is het belangrijk te weten dat Martijn Knol en ik fondsgenoten zijn:  onze romans worden allebei door uitgeverij Wereldbibliotheek uitgebracht. Die uitgeverij is geen grote speler in de uitgeefwereld: er ligt waarschijnlijk geen Het diner of een Gelukkige huisvrouw in het verschiet voor Koen, Koos, Kirsten en consorten. Toch heb ik – en vermoedelijk ook Knol  –  voor deze uitgeverij gekozen, omdat het een sympathieke, integere, intelligente groep mensen is die zich de benen uit het lijf loopt om de wereld prachtige boeken te schenken. Die solidariteit met de uitgeverij voel ik ook voor mijn medeschrijvers aldaar. We hebben er allemaal voor gekozen de grote uitgeverijen links te laten liggen, hoewel dat misschien marketingtechnisch niet de meest verstandige stap is geweest; we zitten in hetzelfde broze bootje. Dat gevoel wringt met de recensie van Knol. Ik denk dat ik mezelf  zou verbieden het werk van mijn fondsgenoten af te kraken, hoe graag ik ook mijn eigen belangwekkende oordeel met de wereld zou willen delen . Ben ik te naïef en moet ik simpelweg een dikkere huid kweken, of is het inderdaad niet zo chic wat Knol gedaan heeft? Knols recensie werpt de vraag op of er zoiets als een schrijverssolidariteit bestaat.

 

Pikant en frappant genoeg komt het antwoord op die vraag wellicht uit het literaire tijdschrift  Armada, dat onder de hoede van Wereldbibliotheek staat, de uitgeverij dus van Knol en mij.  In een nummer uit 1999 staat een stuk van de gelouterde romancier Javier Marías: ‘De zeer kritieke kritiek: Zeventien regels voor recensenten’. Zoals de titel al suggereert formuleert Marías voor schrijvers en recensenten een aantal maatstaven om de literaire kritiek naar een hoger plan te tillen.

 

Mijn gevoel van ongemak bij de recensie van Knol vindt een evidente weerklank in de regels van Marías. De eerste regel is al redelijk veelzeggend: ‘Een romanschrijver zou nooit romankritieken mogen schrijven’. Ook de vierde regel lijkt me buitengewoon relevant: ‘Als een criticus boeken publiceert, van welk genre dan ook, dan behoort hij er vanaf dat moment vanaf te zien boeken van zijn uitgeverij te bespreken’. Een solidaire schrijver is dus een integere recensent: hij schrijft geen recensies over andere schrijvers, en al helemaal niet over fondsgenoten. Marías laat met die twee regels zien dat mijn vraag over schrijverssolidariteit in dit geval samenhangt met recensentenintegriteit: Volgens mij heeft Knol lak aan beide…

 

Laten we echter voorop stellen dat ik door het schrijven van dit stuk ook minstens twee van Marías’ regels schend. Regel 11 poneert: ‘Een schrijver behoort nooit in het openbaar de criticus van zijn werk van repliek te dienen’ en regel 12 luidt: ‘Een schrijver behoort nooit de naam van een criticus te noemen’. Ook lijkt Marías in zijn zestiende regel het antwoord op mijn vraag te geven: ‘Schrijvers zijn geen solidaire gildebroeders’.

 

Wat is wijsheid? Lees vooral zelf het artikel van Javier Marías, en vergeet ook niet de reacties daarop te bekijken; ze belichten allemaal een andere kant van deze ingewikkelde kwestie.

http://www.armada-wereldliteratuur.nl/?aflevering=17

http://www.armada-wereldliteratuur.nl/lib/preview.php?aflevering=17&pagina=96

 Please applaud with hands only


reacties

De Wereldbibliotheek moet die knullige Knol heel snel haar fonds uittrappen, wat een onbehouwen eikel.

claire / di 4 sep 2012 13:58

reageer

2012-08-23 / Bibliomaan

Ik ben Maan