De anatomie van mijn koffertje

Deze koffer past precies in mijn fietstas, zodat ik in grote haast op donderdagavond met de fiets naar het station in Middelburg kan.
A. Toilettas. Hoewel dit een ietwat onooglijk toilettasje is, is de inhoud onontbeerlijk om mij, ehm, ooglijk te maken. De inhoud van dit zeer belangrijke kleinood beschreef ik eerder HIER.
B. Kabels. Naast veertjes, steentjes, spelden en bloemen tors ik ook wekelijks een ruim arsenaal aan kabels mee. Mijn laptopje, mijn harde schijf, mijn fotocamera, mijn telefoon en mijn filmcamera kunnen logischerwijs niet zonder stroom. Het is alleen zo jammer dat al die kabels zo vreselijk veel op elkaar lijken. Zelfs het kabeltje van mijn superchique op afstand bedienbare designvibrator is amper te onderscheiden van dat van mijn tweedehandse bijstands-mp3-speler! Dat dáár nog nooit iemand iets op bedacht heeft…
C. Sjaaltjes. Omdat ik moet sparen voor mijn bruiloft, mag ik van mezelf geen ‘gewone’ kleding meer aanschaffen. Dat gaat me relatief makkelijk af (ik heb sinds 15 januari slechts twee rokjes gekocht!), maar het bloed kruipt natuurlijk waar het niet gaan kan, en ik merk dat ik mijn koopdrang elders ben gaan botvieren: op mijn hoofd. Mijn nieuwste favoriete kapsel bestaat uit een grote jaren veertig-rol op mijn voorhoofd, met een vrolijk sjaaltje daarachter. Die sjaaltjes moeten uiteraard perfect afgestemd zijn op de rest van mijn setje, dus het is niet verwonderlijk dat sinds een maand of twee mijn sjaaltjescollectie exponentieel aan het toenemen is. Deze week heb ik vier sjaaltjes in mijn koffer zitten.
D. Het leven een gebruiksaanwijzing van Georges Perec. Mijn GOM is behoorlijk geschrokken van het feit dat zijn aanstaande, die normaal van die verantwoorde boeken leest, afgelopen maand nauwelijks aanspreekbaar was omdat ze zo nodig de Fifty Shades of Grey-serie verslinden moest. Om hem gerust te stellen beloofde ik hem dat hij mijn volgende boek mocht uitzoeken. Dat heb ik geweten: mijn allergemeenste GOMmie kwam vervolgens met deze baksteen aanzetten. Ik ben inmiddels reeds 20 dagen en slechts 150 bladzijden verder, en stiekem lees ik er nog een ander boek naast… sssssshhh…
E. Kostuum. Veel van de feestjes die ik frequenteer hebben een specifieke dresscode. Het is vanzelfsprekend een kwestie van noblesse oblige dat ik daar dan ook in vol ornaat verschijn. Dat betekent dat ik vaak nachtenlang lovertjes op broekjes, bloemen op kragen of voile op hoedjes aan het naaien ben. Aangezien mijn GOM het op een gegeven moment meer dan beu was om strassteentjes in zijn onderbroek, spelden onder zijn voet en veren in de wasmand terug te vinden, heeft hij mij vriendelijk doch dringend verzocht mijn creatieve uitspattingen voortaan in Middelburg te realiseren. Daarom sleep ik wekelijks een tas vol bovengenoemde benodigdheden van Middelburg naar Utrecht en weer terug.
2012-05-15 / Maanzaad
Nieuwe dingen maandag: sjerp
Aanstaande zondag zal Ik ben Maan gepresenteerd worden. Daar hoort natuurlijk een wervelende show bij. Alle deelnemers aan die show zullen een sjerp dragen met daarop een hoofdstuktitel. Hierbij een klein kijkje in de keuken. Wil je ook zo'n mooie sjerp dragen tijdens de presentatie? Stuur een e-mail naar maanleo@gmail.com!



(ook mijn GOM is aan het werk gezet...)


reageer
2012-05-14 / Maandag
Ik ben borsten, jammer genoeg
Zoals ik gisteren vertelde, ben ik op zoek naar een fenomenale jurk voor de presentatie van Ik ben Maan. Vanwege mijn tamelijk unieke maten blijkt zo’n kledingstuk echter nog niet zo makkelijk te vinden. Hierbij een kleine illustratie van mijn meest voorkomende pasproblemen. Ze vallen allemaal in de categorie megamemmen:





reageer
2012-05-10 / Maanziek
Uit het hoofdstuk: ‘Ik ben setjes’
Omdat ik er tijdens de presentatie van Ik ben Maan graag op mijn allerflamboyants wil uitzien, ben ik de afgelopen tijd op zoek geweest naar een jurk. Dat is, gezien mijn onconventionele lichaamsbouw, nog niet zo’n eenvoudige taak. Als ik me weer eens in een allerminst passend gewaad gehesen heb en de verkoopster in extase ‘wat prachtig!’ uitroept, moet ik altijd aan het hoofdstuk ‘Ik ben setjes’ denken. Daarin beschrijft Maan onder andere haar strategieën voor het verkopen van kleding aan menopauzale dames bij de Cora Kemperman. Hierbij daarom een kleine selectie uit dat hoofdstuk:
'Het belangrijkste is dat je als verkoopster een soort tijdelijke beste vriendin van de klant wordt. Iemand die ze kan vertrouwen, iemand die haar eerlijk zal zeggen als iets niet mooi staat, maar die ook in haar enthousiasme kan delen als ze eindelijk een legging (spreek uit: lekking of letszjing) gevonden heeft die ze wél zonder scheuren over haar mythische kuiten weet aan te trekken. Het opbouwen van dat vertrouwen gaat in een aantal stappen, welke allemaal doorlopen moeten worden voor het gewenste financiële resultaat.
(…)
1.2 Let erop dat het exclusiviteitsbeginsel voor deze dames heel belangrijk is: iedere dame moet denken dat wat je voor haar doet, nooit eerder gedaan is. Zorg dus voor een arsenaal van minstens vier verschillende begroetingen die je in vaste volgorde gebruikt. Zo kun je de verwaaid binnenzeilende klant toeroepen: ‘Welkom… wat een weertje, hè!’ Of tegen een dame die haar stinkende best heeft gedaan er zwierig uit te zien: ‘Hò-ò-òòi!’ Zo heeft iedere dame het gevoel dat de unieke wijze waarop je haar begroet een reactie is op haar unieke verschijning, hoe eenvormig al deze unieke dames uiteindelijk ook zijn.
2. Een paar minuten na haar binnenkomst geef je de klant een compliment over haar verantwoorde schoenen (‘Die zitten vast heel lekker!’), haar zelfgevilte muts (‘Wat een origineel hoofddeksel!’) of haar tentachtige jas (‘Zulke jassen hadden we twee jaar geleden ook in de collectie; u hebt het mooiste exemplaar, zie ik.’). Wat het ook altijd goed doet: een compliment over haar (waarschijnlijk door haar kleinkind geregen) ketting: ‘Zo’n kleurrijke ketting geeft je outfit echt een lift, hè?’ Zo’n eerste compliment maakt dat de klant zich welkom en zelfverzekerd voelt: twee essentiële elementen voor een succesvolle transactie.
(…)
5. Als de dame dan uiteindelijk de paskamer uit stapt is het zaak nog voordat ze zelf een blik op haar spiegelbeeld heeft kunnen werpen, een aantal positieve kreetjes te slaken. Deze kreetjes kunnen variëren van een simpel ‘Hmm hmm’ tot een uitgebreid ‘Nou, dat is nog eens een jurk/broek/jas’, afhankelijk van de afstand die de klant moet afleggen naar de spiegel. Deze tactiek dient de onzekerheid te neutraliseren die de vrouw-in-de-overgang wellicht voelt nu ze op het punt staat zichzelf in een setje te bekijken dat overduidelijk niet gemaakt is voor vrouwen bij wie de borsten ter hoogte van een allang niet meer bestaande taille (spreek uit: talllje) hangen.
(…)
6. Aangekomen bij de spiegel begint een fase in het verkoopproces die veel verkoopsters moeilijk valt: bij het eerste setje is het heel vruchtbaar om een negatief koopadvies te geven. Voorbeelden van een dergelijk advies zijn: ‘Ik denk dat er kledingstukken zijn die uw figuur beter laten uitkomen’, ‘Hoewel ik natuurlijk verkoopster ben, zou ik, als ik uw beste vriendin was, zeggen dat dit niet zo’n mooie jurk voor u is’ of ‘Deze broek moet natuurlijk wel goed bij de rest van je garderobe passen. Als ik zie wat u verder uit de rekken heeft gehaald, dan zou ik zeggen dat er broeken zijn die u makkelijker kunt combineren.’ Je offert hiermee één kledingstuk op, maar het vertrouwen dat je met deze tactiek wint, is van onschatbare waarde. Nadat je eenmaal getoond hebt dat je als verkoopster de belangen van de klant boven je dagomzet stelt, kun je vervolgens de meest belachelijke adviezen geven, de meest beroerd zittende setjes aanprijzen en de meest exotische prints als de nieuwste mode verkopen.'

reacties
Manon / do 10 mei 2012 15:32
rosalie / wo 9 mei 2012 08:31
reageer
2012-05-09 / Maanlanding

reageer